De geschiedenis van de tuinbouw in De Hoven vanaf 1945, deel 2

De tuinbouw in De Hoven heeft sinds 1945 een grote ontwikkeling doorgemaakt. In de jaren ’50 ging het niet goed. Tuinders werkten op kleine stukken grond, verspreid over het gebied. Het was lastig om moderne gewassen te verbouwen en de opbrengsten bleven laag. Veel bedrijven waren verouderd en niet iedereen had genoeg motivatie omdat het land vaak van eigenaar wisselde.

Om dit te verbeteren, begon de gemeente in 1952 een proef met grotere kavels. Acht stukken grond werden opnieuw verdeeld. Dit gaf tuinders de kans om kassen te bouwen en betere gewassen te kweken, zoals komkommers en chrysanten. Hoewel sommige mensen uit De Hoven het vreemd vonden dat ook tuinders van buiten mochten meedoen, bleek de proef een succes. Het gebied werd verder opnieuw ingedeeld, en er kwamen meer kassen en zelfs nieuwe huizen voor de tuinders.

De veranderingen brachten wel moeilijke keuzes met zich mee. Kleine boeren moesten vaak stoppen en het houden van melkkoeien verdween bijna helemaal. Toch groeiden de tuinbouwbedrijven door. Tuinders schakelden over op winstgevende gewassen, zoals rozen en experimenteerden met nieuwe technieken. Dit zorgde voor meer opbrengsten, maar het werk bleef niet altijd makkelijk. Zo moest een tuinder in de nacht regelmatig checken of de verwarmingsketel van de kas nog werkte.

In de loop van de jaren veranderde De Hoven steeds meer. Sommige landbouwgronden maakten plaats voor woningen, maar de moderne kassen laten zien dat de tuinbouw hier nog altijd leeft. De historie van de tuinbouw in De Hoven is een verhaal van doorzetten, vernieuwen en aanpassen aan een steeds veranderende wereld.